Ik krijg een warm gevoel vanbinnen …

Het voelt goed als je iemand helpt. Je krijgt een warm gevoel vanbinnen. Maar er gebeurt nog veel meer in je lijf!

Als je iemand helpt, zeggen anderen: ‘Je hart zit op de goede plek.’ Het is niet zo dat je hart op een andere plek gaat zitten. Maar als je iemand helpt, gaat je hart sneller slaan. Je voelt je dan actiever en prettiger, en hebt nog meer zin om dingen te doen.

Als je ontroerd raakt of verdrietig bent, krijg je soms een krop in je keel. Door de emotie spannen de spieren in je keel zich aan. Je voelt dat je minder goed kunt slikken. Je brein maakt ook nog een bepaalde stof aan. Die stof heet adrenaline en zorgt ervoor dat je nog minder goed kunt slikken. Als het verdriet of de ontroering minder wordt, verdwijnen ook de adrenaline en spierspanning. Dat kan bijvoorbeeld door een traantje weg te pinken. Snap je nu waar ‘je verdriet opkroppen’ vandaan komt?

Als je iemand helpt, maakt je brein een stof aan die zorgt dat je je fijn voelt. Dat ‘geluksstofje’ heet dopamine.

Als je ontroerd bent, geef je eerder geld aan een goed doel. Goede doelen gebruiken vaak beelden van kinderen of zielige mensen. Als je zulke hulpeloze mensen ziet, raak je snel ontroerd. Als je hulp krijgt, moet je soms huilen van geluk. Je reageert dan heel heftig op iets fijns. Je brein snapt dan even niet meer het verschil tussen lachen en huilen.

Als je hart sneller slaat, pompt het ook je bloed krachtiger door je lijf. Daardoor stijgt je bloeddruk op een goede manier. Je voelt je dan rustig, maar ook heel actief.

Kippenvel als het koud is: dat heb je vast wel eens gehad. Maar als je ontroerd bent, kun je ook kippenvel krijgen. Je brein reageert dan heel heftig op een grote emotie. Je brein geeft een signaal aan de zenuwen door. Je zenuwen zorgen dan weer dat de kleine spiertjes onder je huid samentrekken. Daardoor gaan je haren op die plek rechtop staan. Kippenvel krijg je op plekken met veel lichaamshaar, zoals je armen en benen.